flag GB Reisverslag Himachal Pradesh / Ladakh juni 2011

 

 

Deel 2 – Over de bergen: de Manali-Leh Highway

(479 kmkaart)

 

Voor bij het reisverslag: Als u bij het lezen een foto aanklikt dan wordt deze vergroot. Als u een link, bij voorbeeld: Namasté aanklikt dan wordt deze geopend en wanneer verwezen wordt naar een landkaart, dan kan deze opgeroepen worden door de link: kaart) aan te klikken. De in het reisverslag opgenomen filmclips zijn HD opnamen en kunnen full screen bekeken worden.

 

Dag 9 – Donderdag 9 juni 2011

Om 04.30 op!!!!!!! We moeten zo vroeg weg omdat het anders te druk wordt, met (Indiase) toeristen en dus file’s.  Als we naar beneden gaan staat de 4wheeldrive Toyota met chauffeur al klaar en na een snel ontbijt gaan we op stap. We verbazen ons.

 

De reis begint weinig idyllisch. We rijden in een lint van auto’s achter elkaar aan de berg op. De eerste pas blijkt erg populair te zijn bij domestic toeristen. Indiërs dus. Meestal hebben ze nog nooit sneeuw gezien, en nu gaan ze dan een dagje sneeuw doen. Ze huren een skipak met schoenen, handschoenen en zonnebril, bij een van de honderden genummerde verhuurtentjes.

 

Als iemand denkt iets leuks te zien stopt een auto gewoon, men stapt uit en gaat uitgebreid kijken en foto’s maken. Niet gehinderd door het feit dat geen auto meer verder kan. Er rijden wagentjes met mannen die chai en koffie verkopen. Een andere verkoper zien we mais roosteren en verkopen. Kleine groepjes mensen, man en vrouw werken aan de weg; slaan met hamers grote stenen in stukken. We zien veel schapen, geiten en ezels. Géén vangrail.

Onderweg drinken we ergens lekkere gember thee bij een tent op de berg. Wij rijden de Rohtang La pas (3,978 m kaart) over. De eerste horde is genomen en na een uurtje of 3 rijden zijn we de toeristen kwijt. Ze hebben allemaal een veldje sneeuw gevonden waarop ze zich kunnen laten fotograferen. We rijden nu ineens zonder file’s door!.

 

Hobbelige wegen, dat wel, maar ook erg fraai. Je kan zien dat de weg nog niet lang open is. We rijden tussen sneeuw wallen door en worden overdonderd door de schoonheid van het landschap. We moeten stoppen voor een kudde schapen die de weg oversteekt met twee stokoude schaapherders als begeleiders die zonder pardon langs gevaarlijk steile bergwanden afdalen naar het dal. Wij zouden meteen op onze kont gaan, maar deze oude mannen zijn duidelijk volleerde bergbedwingers.

 

Wat een feest om zo de bergen in te gaan. Wat geweldig dat het toch gelukt is om over land naar Leh te reizen. Echt een aanrader voor iedereen die naar Ladakh wil reizen (wel voor de zekerheid twee weekjes later dan ons van huis gaan om de stress van het over de pas kunnen gaan te voorkomen!).

 

Rond half 2 komen we in het dorpje Keylong (kaart) aan. We worden vriendelijk ontvangen. We krijgen een kamer op de bovenste verdieping van Hotel Tashi Deleg. Het is niet een heel spannend stadje. Wel mooi uitzicht op de besneeuwde bergen.

 

Deze streek is in de winter 6 maanden afgesloten van de buitenwereld, als de passen dicht zijn. We lopen het dorpje in en kopen zelf gebreide sokken! In de winter zijn de mensen veel aan het handwerken, omdat ze immers de deur vrijwel niet uit kunnen.

 

De chauffeur rijdt heel behoedzaam. De mensen van het hotel zijn erg aardig. ‘s Avonds eten we in het Hotel. Het valt op dat ook veel locale bevolking hier een vorkje prikt. Het eten is dan ook erg lekker. Het is frisjes, maar dat mag ook wel; we zijn inmiddels naar 3500 meter hoogte gestegen!

 

Dag 10 – Vrijdag 10 juni 2011

 

09.00 uur vertrekken we uit het hotel. Wat een schitterende rit vandaag!

De weg is veel beter dan de eerste dag en erg rustig. Misschien komen we 1x per kwartier een auto tegen. Wat wel opvalt is dat er de nodige groepjes motorrijders zijn die een tourtocht over de passen maken. Veel mensen zijn aan het werk om de weg te fatsoeneren. Soms met vegertjes van 2 twijgjes. Jong en oud slaan op stenen, en men sleept zware rotsblokken weg. Langs de weg zijn ook de tentenkampen van de wegwerkers opgetrokken. Heel primitief. Wat een hard leven en wat zal het daar koud zijn ‘s nachts!

 

We rijden langs kloven en de bergen veranderen steeds van vorm en samenstelling. Glad, spits met sneeuw, grote brokken steen, van fijn gruis wat wel zand lijkt, rood van kleur, wit,  grijs of bijna blauw. Steeds nieuwe vergezichten. Hele bergwanden van alleen maar steen met erop uitgespreide lakens van sneeuw alsof ze op de bleek liggen. Riviertjes, grote en kleine, en allerlei watervallen, soms bevroren dan weer hevig kletterend tevoorschijn komend van de rotsen of onder de sneeuw vandaan. Alles even indrukwekkend.

Onderweg drinken we nog ergens een lekkere gemberthee bij een piepklein tentje opgetrokken van bouwplastic aan de rand van de weg. De watervallen gaan vaak ook over de weg en er zijn metershoge wallen van sneeuw waar de weg zich tussendoor slingert. Een jeep is dan ook geen overbodige luxe.

 

Onderweg ook veel graven; stapeltjes steen met vlaggetjes, oranje hindoe tempeltjes en stupa’s. De chauffeur kijkt met ons mee naar mooie fotoplekjes, en vindt het nooit een probleem te stoppen. Mooi ijsmeertje! We passeren de Baralacha La op 4,892 meter hoogte ( kaart)!

 

Rond 2 uur komen we aan in Goldrop tentenkamp Serchu (kaart). Onmiddellijk begint het te hagelen! We krijgen een vriendelijk onthaal en meteen lekkere thee met biscuitjes.

 

We zijn pas de tweede bezoekers van het seizoen en het tentenkamp is nog niet helemaal klaar. O wat is het koud geworden! We zitten te vernikkelen. En dat terwijl het zulk heerlijk weer was! In de auto zaten we met open raam en sjaal om van alles te genieten. Luxe om zo het dak van de wereld te mogen meemaken! Nu dus intense kou.

 

We zitten met dekens om ons heen. Maar, een half uurtje later schijnt de zon ineens weer, fel! We gaan naar buiten en worden omringd door schapen die naar de kampeerplaats zijn afgedaald. Jassen kunnen weer uit. Als Ingrid een paar passen harder loopt waarschuwt men haar om dat niet te doen,vanwege de hoogte. We zien wilde ezels met volle manen. Beetje licht in het hoofd.

 

In de zon gloeien je wangen. Als de zon weg is is het weer koud.

 

Ingrid durft niet langer dan een half uurtje te zonnen, ondanks dat het erg lekker was. Je kunt je hier goed voorstellen dat bergbeklimmers overvallen kunnen worden door het slechte weer. Wij genieten bij de tent van een potje thee. Het water van de beek is ijsblauw en het licht/de zonsondergang kleurt de  toppen van de bergen oranje. Het kampement ligt op 4253 meter hoogte!

 

Savonds eten we in de grote tent; we zijn de enige 2 gasten maar er wordt een volledige maaltijd voor ons gemaakt. We krijgen extra dekens mee en…. een warme kruik. Erg aardige mensen hier!

 

Ingrid heeft een slechte nacht. Flinke hoofdpijn, en ze krijgt haar ademhaling niet goed onder controle. Steeds als ze bijna in slaap valt wordt ze met een schok weer wakker en moet een teug lucht happen. Akelig! Omdat ze ook hoofdpijn heeft kan zelfs het luisteren naar muziek geen afleiding geven. Ingrid slaapt de hele nacht niet: Jan als een roos. Gelukkig wordt het weer vroeg dag en dan is het meeste leed geleden. Toch wat hoogteziekte zo lijkt het.

 

Snachts vriest het, al hebben we het in de ruime tent niet meer koud. De hele nacht horen we honden blaffen.

 

Dag 11 - Zaterdag 11 juni 2011

 

Half 6 op, 6 uur weg. Thee met biscuitjes.

 

Geweldige tocht weer vandaag. Lang, maar erg fraai. De hoofdpijn van Ingrid zakt langzaam weg gelukkig, hoewel we nog wel een stuk hoger klimmen. Het weer is ook prima! Mooie blauwe luchten met witte wolken. Ideaal ook voor de foto en film.

 

Het landschap verandert steeds.

 

Iedere beschrijving doet tekort; je moet het beleven. Het is overweldigend en nooit saai. Ieder bocht – en dat zijn er veel – brengt nieuwe verassingen. Veel sneeuw, en dan weer kale vlakten. Rare rotsformaties.

 

Ook op dit stuk van de route zijn wegwerker(tje)s met primitief gereedschap de weg aan het herstellen; met hamers worden duizenden stenen gekliefd en in gruzelementen geslagen om de weg vrij te maken en vervolgens te versterken. Aan belijning van de weg wordt ook gedaan. Grote mallen worden op de weg gelegd en verven maar. Niet verwonderlijk dat de strepen bepaald niet recht lopen. Doet ons sterk denken aan de reclame: “Even Apeldoorn bellen” van de tv.

Het is erg rustig op de weg. De auto krijgt nog een lekke band maar dat is snel weer verholpen. Via de Lachalung La pas (5065 meter) bereiken we uiteindelijk de Taglang La pas op 5360 meter hoogte (kaart). Het is de op één na hoogste voor gemotoriseerd verkeer geopende pas. We blijven een tijde op de top staan en genieten van het uitzicht.

De harde wind doet de vele gebedsvlaggetjes op de top driftig wapperen. Op alle toppen en bijzondere punten in de bergen hier is wel een kleine stoeppa opgericht met gebedsvlaggetjes en mantra’s dus zeker ook hier. Gelukkig hebben we geen hoogtevrees, want er zijn hele diepe kloven.

 

Nadat we weer ingestapt zijn rijden we door over een uitgestrekte hoogvlakte richting Leh. Op de hoogvlakte zien we de nodige Changpa of Khampas, nomaden die van Tibetaanse afkomst zijn. Bij één familie stoppen we. Ze kijken ons aan alsof we van een andere planeet komen maar zijn wel heel aardig en gastvrij. De man en de vrouw zijn voor hun tent druk bezig met het scheren van de schapen en het pluizen van changra geiten zoals deze in het Ladakhi heten.

Bij ons zijn deze geiten beter bekend als Kasjmier of Pashmina-geiten. De Pashmina-geit levert jaarlijks 200 gram pashm op, het fijne wol dat eenmaal geweven wereldberoemd is als pashmina of kasjmirwol. Mooie beestjes. Ook zien we yaks in het wild. We zijn nu toch echt midden in hooggebergte hoor!

 

Uiteindelijk komen we “beneden”aan in Leh (kaart). Nog altijd op 3500 meter met  het hoogst gelegen vliegveld van de wereld.

We komen in Leh. Op een kruising staat Thundup  van de reisagent in Ladakh ons opte wachten.

 

Hij brengt ons naar het hotel: Maryul Guest House. Eenvoudige, beetje saaie kamer, maar wel erg aardige mensen, een mooi uitzicht op het klooster boven Leh en een prima startpunt voor de diverse tochten die we in Ladakh gaan maken. We zullen hier nog een paar keer terug komen. ‘s Savonds eten we in het hotel. Dan komt ook Henk Thoma van Vajradhara Travel Services.

 

Hij eet een hapje mee. Henk is een Nederlander die al vele jaren in Ladakh woont en dankzij hem is toch nog gelukt om voor ons de tocht over de Manali-Leh Highway te regelen. Een uiterst vriendelijke man die met veel passie en kennis van zaken over Ladakh/India praat. Via zijn reisagenschap zijn ook onze komende dagen in Ladakh georganiseerd en dat beloofd veel goeds. We hebben er vertouwen in en kunnen  – nu we weer thuis zijn – vol overtuiging zeggen dat zijn reisagentschap echt een aanrader is voor als je in Ladakh reist.

 











 

counter for tumblr

Naar: Deel 3 - Ladakh 1, Leh - Matho - Sham-tour